Lekcja Polskiego

Mój, twój, nasz, wasz passen zich aan het geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord aan (ze staan ervoor). Jego, jej, ich veranderen nooit.

Enkelvoud en meervoud

Nederlands Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Meervoud: mannen of gemengd Meervoud: vrouwen, dieren, en dingen
mijn mój moja moje moi moje
jouw twój twoja twoje twoi twoje
zijn jego jego jego jego jego
haar jej jej jej jej jej
ons / onze nasz nasza nasze nasi nasze
jullie wasz wasza wasze wasi wasze
hun ich ich ich ich ich

Voorbeelden in het enkelvoud

Geslacht Pools Nederlands
mannelijk Mój kot jest mały. Mijn kat is klein.
vrouwelijk Moja kawa jest gorąca. Mijn koffie is heet.
onzijdig Moje auto jest białe. Mijn auto is wit.
mannelijk Twój kot jest gruby. Jouw kat is dik.
vrouwelijk Twoja kawa jest gorąca. Jouw koffie is heet.
onzijdig Twoje auto jest białe. Jouw auto is wit.
mannelijk Jego kot jest szary. Zijn kat is grijs.
vrouwelijk Jego kawa jest ciepła. Zijn koffie is warm.
onzijdig Jego auto jest duże. Zijn auto is groot.
mannelijk Jej kot jest mały. Haar kat is klein.
vrouwelijk Jej kawa jest zimna. Haar koffie is koud.
onzijdig Jej auto jest białe. Haar auto is wit.
mannelijk Nasz kot jest miły. Onze kat is aardig.
vrouwelijk Nasza kawa jest gorąca. Onze koffie is heet.
onzijdig Nasze auto jest szare. Onze auto is grijs.
mannelijk Wasz kot jest duży. Jullie kat is groot.
vrouwelijk Wasza kawa jest ciepła. Jullie koffie is warm.
onzijdig Wasze auto jest małe. Jullie auto is klein.
mannelijk Ich kot jest czarny. Hun kat is zwart.
vrouwelijk Ich kawa jest biała. Hun koffie is wit.
onzijdig Ich auto jest nowe. Hun auto is nieuw.

Voorbeelden in het meervoud

Geslacht Pools Nederlands
mannen of gemengd Moi bracia są mili. Mijn broers zijn aardig.
vrouwen, dieren, en dingen Moje koty są małe. Mijn katten zijn klein.
mannen of gemengd Twoi bracia są wysocy. Jouw broers zijn lang.
vrouwen, dieren, en dingen Twoje koty są szare. Jouw katten zijn grijs.
mannen of gemengd Jego bracia są mili. Zijn broers zijn aardig.
vrouwen, dieren, en dingen Jego koty są duże. Zijn katten zijn groot.
mannen of gemengd Jej bracia są wysocy. Haar broers zijn lang.
vrouwen, dieren, en dingen Jej koty są małe. Haar katten zijn klein.
mannen of gemengd Nasi bracia są mili. Onze broers zijn aardig.
vrouwen, dieren, en dingen Nasze koty są białe. Onze katten zijn wit.
mannen of gemengd Wasi bracia są wysocy. Jullie broers zijn lang.
vrouwen, dieren, en dingen Wasze koty są czarne. Jullie katten zijn zwart.
mannen of gemengd Ich bracia są mili. Hun broers zijn aardig.
vrouwen, dieren, en dingen Ich koty są szare. Hun katten zijn grijs.

Beleefde vormen

Tegen wie Vorm Voorbeeld
tegen een man Pana Pana dom uw huis
tegen een vrouw Pani Pani kawa uw koffie
tegen een groep Państwa Państwa auto uw auto

Voorbeelden

Pools Nederlands
Pana dom jest duży. Uw huis is groot.
Pana kawa jest gorąca. Uw koffie is heet.
Pana auto jest szare. Uw auto is grijs.
Pani dom jest mały. Uw huis is klein.
Pani kawa jest ciepła. Uw koffie is warm.
Pani auto jest białe. Uw auto is wit.
Państwa dom jest ładny. Uw huis is mooi.
Państwa kawa jest zimna. Uw koffie is koud.
Państwa auto jest czarne. Uw auto is zwart.